Missie

Column Peter Groot & Jim van Os

Februari 2017 

Prof. dr. Jim van Os & Dr. Peter Groot*

Beste lezer,

In december namen wij deel aan een debat over antidepressiva in de Balie in Amsterdam (zie https://vimeo.com/196349369 & https://vimeo.com/196347890). Aanleiding was het nieuwste boek van Peter Gøtzsche, 'Dodelijke psychiatrie en stelselmatige ontkenning', dat tot nogal wat ophef leidde in de media. Volgens Gøtzsche hebben antidepressiva nauwelijks effect en zijn er veel te veel mensen die deze medicijnen slikken. Deze boodschap is niet nieuw. Volgens ons is deze manier van denken echter simplistisch en schadelijk. Mensen die antidepressiva gebruiken krijgen voor de zoveelste keer te horen dat ze een middel gebruiken dat helemaal niet werkt. Impliciet suggereert dit dat je gek bent om deze pillen nog te slikken en dat dit iets is om je voor te schamen.  

Generaliseren door groepsonderzoek
Het grote probleem ontstaat door generalisatie op basis van groepsonderzoek. Groepsonderzoek leidt tot gemiddelde uitkomsten, die nuttig zijn voor een dokter om een grote groep patiënten te kunnen behandelen. De resultaten van groepsonderzoek kunnen gebruikt worden als richtlijn: behandeling x komt als beste naar voren, dus om zo veel mogelijk patiënten in één keer goed te kunnen helpen, bieden we behandeling x als eerste keuze. Maar welke individuele patiënten daarmee geholpen zijn, kan de dokter niet weten. Zo blijkt het erg moeilijk om te voorspellen of een bepaalde patiënt kan stoppen met antidepressiva of niet. In ieder onderzoek waarbij mensen stoppen met het gebruik van antidepressiva, zijn er een aantal mensen die na verloop van tijd toch opnieuw depressief worden. Het is voor een arts moeilijk om voor individuele patiënten goede voorspellingen te doen. Het moet toch altijd weer in de praktijk blijken of antidepressiva aanslaan en of stoppen mogelijk is. We hebben dan ook dokters nodig die over instrumenten beschikken waarmee ze hun patiënten goed kunnen monitoren. Tot nu toe moeten ze daarbij vooral afgaan op wat patiënten - eens in de zoveel tijd - vertellen in de spreekkamer. Die gesprekken zijn en blijven natuurlijk belangrijk. Echter, zelfmonitoring, van dag tot dag en liefst meerdere keren per dag, is daarbij een zeer waardevolle toevoeging. Zowel de dokter als de patiënt beschikken dan over betere en accuratere informatie. Dit zal helpen om samen naar de beste behandeling te zoeken.
 
PsyMatePsyMate Meten is weten
Een vergelijking met de weersverwachting: vroeger keek de boer naar de hemel om te voorspellen of het zou gaan regenen. Tegenwoordig kijkt hij waarschijnlijk nog steeds naar de hemel, maar zal hij toch in de eerste plaats op buienradar vertrouwen. Waarom werkt buienradar zo goed? Omdat daarvoor doorlopend wordt gemeten.
 
Individuele aanpak
Door zelfmonitoring, met behulp van de app PsyMate™ op de Smartphone, kunnen patiënten zichzelf in de toekomst veel beter monitoren dan vroeger mogelijk was. Een ander hulpmiddel waar we veel aan kunnen hebben bij het afbouwen (en in de toekomst hopelijk ook bij het voorschrijven) van antidepressiva is de taperingstrip. Taperingstrip

Die maakt mogelijk om te doen waar richtlijnen al jarenlang om vragen. Verantwoord afbouwen door de dosis geleidelijk, in kleine stapjes, te verlagen. Door het gebruik van de taperingstrip te combineren met het gebruik van de PsyMate™, krijgen dokters en patiënten twee belangrijke hulpmiddelen in handen om samen naar de beste behandeling te zoeken.

Wij denken dat deze hulpmiddelen meer zullen doen tegen onnodig langdurig antidepressivagebruik, tegen gevoelens van schuld en schaamte, en tegen stigma rondom het gebruik van antidepressiva, dan de ophef in de media die we in december opnieuw zagen.

*bronvermelding foto Peter Groot: Studio Oostrum foto&film

 

Lees hier meer over het onderzoek naar optimale medicijndosering met behulp van PsyMate.